... harde klap op het hoofd, val van de trap, botsing in het verkeer, hersenbloeding, herseninfarct, hartstilstand, zuurstofgebrek, hersenvliesontsteking, hersentumor...
Kent u iemand die één van bovengenoemde voorvallen heeft meegemaakt? Mogelijk is er dan sprake van Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH). Soms lijken beschadigingen op het eerste oog mee te vallen, maar na verloop van tijd kunnen toch ernstige problemen ontstaan.

De oorzaken van hersenletsel zijn zeer divers.

De hersenen
De hersenen zijn het meest ingewikkelde menselijke orgaan. Ondanks de vorderingen in wetenschappelijk onderzoek is nog maar gedeeltelijk bekend hoe de hersenen werken. Dit complexe orgaan is bepalend voor ons hele wezen en regelt al het menselijke doen en laten. De hersenen zorgen ervoor dat we kunnen denken en leren, praten, lopen, lachen en eten; maar ook dat ons lichaam goed werkt. Ze bepalen wat we voelen en hoe we ons gedragen. Het is voor velen van ons verrassend om te horen dat er in en door onszelf niets gebeurt zonder dat de hersenen dit regelen en aansturen.

Niet Aangeboren Hersenletsel
Een beschadiging aan de hersenen die na de geboorte ontstaat als gevolg van ziekte of ongeval, noemen we Niet Aangeboren Hersenletsel. De afkorting hiervoor is NAH. NAH is dus in feite een verzamelbegrip voor een groot aantal aandoeningen met één gemeenschappelijk karakter: er is letsel ontstaan in de hersenen van betrokkene. Hierdoor is een deel van de hersenen zo beschadigd, dat ze niet meer normaal kunnen werken.
Er is bij NAH geen sprake van één duidelijk herkenbaar beeld met restverschijnselen. Sommige gevolgen vallen direct op, zoals een halfzijdige verlamming of het niet goed kunnen spreken. Maar meestal is NAH aan de buitenkant niet te zien, waardoor de gevolgen vaak niet zo ernstig lijken. Wanneer dan het dagelijks leven weer wordt opgepakt, blijken er soms toch problemen te zijn. Een studie voortzetten of het werk hervatten gaat dan niet zomaar. Bij kinderen kunnen de gevolgen van NAH lang verborgen blijven. Dit komt omdat kinderen nog in ontwikkeling zijn, en op bepaalde hersenfuncties pas na verloop van jaren een beroep gedaan wordt.

Oorzaken traumatisch en niet-traumatisch hersenletsel
NAH wordt in traumatisch en niet-traumatisch letsel onderverdeeld. Traumatisch letsel wil zeggen, dat het letsel is ontstaan door 'geweld' van buitenaf. Bij niet-traumatisch letsel is er een oorzaak die van binnenuit komt, door processen die zich in het lichaam afspelen.
In onderstaand tabel worden de meest voorkomende oorzaken op een rijtje gezet.


Bron: Kinderrevalidatie (Meihuizen, 2003)

Ingrijpende gevolgen
Als je weet dat onze hersenen alles regelen, is het ook niet verwonderlijk dat een beschadiging aan de hersenen tot grote problemen kan leiden. Daarbij hoeft niet altijd de omvang van de beschadiging doorslaggevend te zijn. Vooral de plaats van het letsel bepaalt welke problemen er ontstaan en wat de invloed daarvan is op het dagelijkse leven. De impact is voor iedereen anders, want ook vroegere vaardigheden en sociale omstandigheden spelen hierbij een rol. Niet alleen de persoon zelf wordt getroffen door het hersenletsel, maar ook de partner, ouders, kinderen, broers en zussen, familie, vrienden en collega's.

De gevolgen van hersenletsel zijn op stoornisniveau in te delen in de globale domeinen van het menselijk functioneren: motoriek, cognitie (denkvermogen), gedrag en persoonlijkheid. Uit allerlei onderzoek is inmiddels duidelijk dat problemen op het gebied van cognitie, leren, gedrag en emoties het meest van invloed zijn op het niveau van deelnemen aan de samenleving. Die problemen zijn met name van invloed op het plannen en reguleren van het eigen handelen.

Signaleren van NAH
Er zijn diverse checklists in omloop. Vilans (www.vilans.nl/nah) heeft zowel voor kinderen, jongeren als volwassen signaleringslijsten ontwikkeld om de mogelijke gevolgen van hersenletsel sneller en beter te kunnen signaleren. Deze lijsten zijn te downloaden via onderstaande links.

signaleringslijst voor jongeren en kinderen met NAH (Brain Injury Alert)
Een korte, bruikbare lijst om de mogelijke gevolgen van hersenletsel bij kinderen beter te kunnen signaleren. Zo kunnen mensen in de directe omgeving van het kind rekening houden met zijn of haar beperking(en) en kan gerichter worden doorverwezen. De lijst kan gebruikt worden door mensen die weten hoe een kind van een bepaalde leeftijd behoort te functioneren, zoals een intern begeleider, een leerkracht in het basisonderwijs, een mentor in het voortgezet onderwijs, een ambulant begeleider, een psycholoog, huisarts, pedagoog of revalidatiearts.

!! De signaleringslijst is heel nadrukkelijk geen diagnostisch instrument.
Het beschrijft en inventariseert slechts de klachten/problemen die het gevolg zijn van het hersenletsel en doet geen uitspraken over de oorzaken. Sommige klachten kunnen ook optreden bij ADHD of een problematische gezinssituatie.

signaleringslijst volwassenen met NAH
Deze lijst is bedoeld om klachten van mensen met hersenletsel op cognitief, emotioneel of gedragsmatig vlak in kaart te brengen en de erkenning en herkenning van mogelijke gevolgen te vergoten bij zowel de cliënt en diens naaste en de zorgverlener. De lijst kan gebruikt worden door alle zorgverleners die te maken hebben met cliënten met hersenletsel zoals: (neurologie) verpleegkundigen in de thuiszorg, een verpleeghuis, of bij MEE; huisartsen; medewerkers van een nazorgpoli Niet Aangeboren Hersenletsel; WMO-medewerkers enzovoort.

!! De signaleringslijst is niet bedoeld als diagnostisch instrument.
Het is dus niet mogelijk om op basis van het gesprek te zeggen of er stoornissen zijn bij de cliënt. Voor mensen met een CVA kan men gebruik maken van een verwante lijst die specifiek is gericht op gevolgen na een CVA.

Signaleringslijst voor CVA-patiënten
Binnen de CVA-ketenzorg is een signaleringslijst ontwikkeld door van Heugten et al., de zogenoemde Checklist for Cognitive and Emotional Consequence of Stroke (CLCE-24). Doel van deze lijst: professionals helpen beter zicht te krijgen op de cognitieve, emotionele en gedragsmatige gevolgen van een CVA zodat zij gerichter kunnen doorverwijzen. De lijst is gevalideerd binnen een groep CVA-patiënten. Het bleek een bruikbaar instrument om objectief het cognitief functioneren te meten en te voorspellen hoe dit na zes maanden zou zijn.



Deze signaleringslijst is ontwikkeld door Hersenletselteam Flevoland i.s.m. MEE IJseloevers en Cerebraal

Risicoleeftijden¹
Jonge mensen hebben de grootste kans een ongeval te krijgen. Jonge kinderen tussen 0 en 4 jaar vormen de grootste risicogroep. Andere kwetsbare leeftijdsgroepen zijn jong volwassenen (met name mannen) van 15 tot 24 jaar en mensen ouder dan 80 jaar. Dat heeft alles te maken met wat mensen doen.
Jonge kinderen gaan de straat op om te spelen, om naar school te gaan, om naar de sportclub te gaan. Als ze naar het voortgezet onderwijs gaan wordt hun leefwereld een stuk groter, worden ze soms veel 'slordiger' in het verkeer of krijgen ze een scooter waardoor het risico op een verkeersongeval toeneemt. Jonge mensen die net een auto hebben zijn onervaren en nemen meer risico's. Over het algemeen hebben jongens en mannen een bijna twee keer zo grote kans op een traumatisch hersenletsel dan meisjes en vrouwen. Verondersteld kan worden dat dit te maken heeft met leefgewoonten en 'karakter'. Machogedrag in het verkeer levert veel risico's op.
Voor ouderen geldt dat ten gevolge van ouderdomsverschijnselen, zoals vertraagd reactievermogen, verminderd gezichtsvermogen en aandoeningen van het bewegingsapparaat, de kans op een ongeluk groter wordt.
Een herseninfarct komt vooral voor bij oudere mensen, vanaf 50 jaar. Mannen hebben een wat grotere kans op een infarct dan vrouwen, dit is het gevolg van slechtere leefgewoonten zoals roken, drinken, veel stress op het werk. Recent onderzoek toonde aan dat vrouwen inmiddels 'de achterstand' op dat terrein aan het inhalen zijn. Een hersenbloeding ten gevolge van een aanlegfout in één van de bloedvaten komt in verhouding vaak voor bij mensen tussen 15 en 30 jaar. Een kwart van de mensen die een CVA krijgt is jonger dan 65 jaar. Een hartstilstand treft vooral mensen op middelbare leeftijd en mannen meer dan vrouwen. Bijna-verdrinking komt het meest voor bij kinderen tussen één en drie jaar, meestal dicht bij huis.

¹ Hersenletsel:achtergronden en aanpak Ze zeggen dat ik zo veranderd ben, Henk Eilander, Patty van Belle-Kusse, Peter Vrancken, uitgeverij LEMMA - Den Haag - 2006

Aantallen²
Het is niet goed mogelijk precieze aantallen op tafel te krijgen.
Volgens de hersenstichting krijgt één op de vier mensen ooit te maken met een of andere vorm van hersenletsel. Naar schatting betreft dit in Nederland 130.000 (nieuwe) mensen per jaar. Ervan uitgaande dat 2,6% van de Nederlanders in Midden-Brabant woont (426.000 van de 16,4 miljoen), komen er in Midden-Brabant jaarlijks ongeveer 3380 mensen met NAH bij.

Traumatisch hersenletsel
Jaarlijks worden ongeveer 16.000 met de diagnose 'traumatisch hersenletsel' uit het ziekenhuis ontslagen. Het werkelijke aantal mensen dat traumatisch hersenletsel oploopt, ligt echter naar schatting veel hoger, zo rond de 85.000. Mensen die niet in het ziekenhuis worden opgenomen, worden namelijk niet geregistreerd. Het merendeel gaat dus alleen naar de huisarts of de Spoedeisende hulp, of zoekt zelfs helemaal geen hulp.
Bij 80-85% van deze mensen gaat het om licht traumatisch hersenletsel, een hersenschudding. Dit overkomt jaarlijks meer dan 7.000 jonge kinderen. Met name bij kinderen is het vaak moeilijk de symptomen van een hersenschudding te herkennen. De Hersenstichting heeft daarom het Eerste Hulp bij Hersenschudding-kaartje (EHBH) gemaakt. Op dit zogenaamde EHBH-kaartje staan naast de symptomen waaraan een hersenschudding te herkennen is ook enkele tips te vinden hoe een hersenschudding te voorkomen is




Beroerte/CVA (Cerebro Vasculair Accident)
CVA is de medische term voor een beroerte. Letterlijk betekent dit een ongeluk in de bloedvaten van de hersenen. Elk jaar krijgen naar schatting 41.000 Nederlanders voor het eerst een beroerte. Dat zijn meer dan 100 personen per dag! Jaarlijks krijgen ook nog eens 7000 mensen voor de tweede keer een beroerte. Een beroerte is in Nederland de belangrijkste oorzaak van invaliditeit. Het aantal mensen dat een beroerte heeft gehad is 216.500. Het percentage personen dat een (of meerdere) beroerte heeft doorgemaakt neemt sterk toe met de leeftijd.
Het aantal mensen dat leeft met de gevolgen van een beroerte neemt toe. Door verbeterde medische zorg overleven steeds meer mensen een ernstige beroerte, maar dit heeft wel tot gevolg dat deze mensen overleven met blijvende gevolgen. Ook krijgen steeds meer mensen een beroerte. Dit kan bijvoorbeeld verklaard worden door de vergrijzing en een toename van het aantal mensen dat een coronaire aandoening (verschillende ziekten die te maken hebben met het slecht functioneren van de kransslagaders) overleeft. Deze mensen hebben namelijk een groter risico op beroerte.

Midden-Brabant
Voor een aantal groepen mensen in Midden-Brabant zijn nadere gegevens bekend:
Jaarlijks worden 12.000 kinderen en jongeren (jonger dan 20 jaar) met traumatisch hersenletsel opgenomen in het ziekenhuis. Dit betreft voor Midden-Brabant ca. 312 jongeren. Daarnaast is een onbekend aantal dat niet in een ziekenhuis gezien wordt.

Algemeen wordt ervan uitgegaan dat 5 à 10 procent van alle getroffenen jonger dan 20 jaar -dat zijn in Nederland dus 600 tot 1.200 kinderen per jaar- ernstig hersenletsel overhoudt aan het trauma (Midden-Brabant 15 tot 31 kinderen).

Over de groep mensen met een CVA zijn ook specifieke gegevens bekend. In 2008 werden 45.961 mensen met een CVA opgenomen in een ziekenhuis. Ongeveer 1200 mensen zijn in 2008 in Midden-Brabant in het ziekenhuis opgenomen.

² Gegevens afkomstig van Hersenstichting Nederland www.hersenstichting.nl

Expertisecentrum Niet Aangeboren Hersenletsel regio Midden Brabant
Het Expertisecentrum coördineert de huidige zorg- en dienstverlening aan mensen met NAH in Midden-Brabant en maakt die toegankelijker. Het centrum werkt nauw samen met alle zorgaanbieders binnen het NAH-netwerk Midden-Brabant. De samenwerkende partijen verwijzen door, ontwikkelen gezamenlijk producten en maken gebruik van elkaars deskundigheid. Deze nauwe samenwerking garandeert dat zorg niet versnippert en dat hiaten in de zorgverlening worden gezien en direct worden aangepakt. Op deze wijze maakt het Expertisecentrum zich sterk voor mensen met NAH. Doordat alle aanwezige kennis is gebundeld in het Expertisecentrum zijn mensen met NAH verzekerd van een optimale dienstverlening. Dat zorgt ervoor dat iemand met NAH niet meer hulpverleners ziet dan nodig is en snel weet waar antwoord op een vraag te krijgen is. Zo kan iedereen binnen Midden-Brabant met vragen bij het Expertisecentrum terecht. Ook als men twijfelt of er daadwerkelijk sprake is van hersenletsel.

Loket NAH
Hersenletsel kan op veel manieren blijken. Bijvoorbeeld door een slechtere concentratie, snel moe zijn of trager zijn. Maar ook door woede-uitbarstingen of ongepast gedrag. NAH is een ingewikkelde aandoening die per persoon heel erg kan verschillen en voor veel onduidelijkheid kan zorgen. Alle reden om de zorg, begeleiding en ondersteuning van mensen met NAH goed te regelen en te stroomlijnen. Expertisecentrum Niet Aangeboren Hersenletsel zorgt hiervoor. U kunt contact opnemen met het Expertisecentrum via Loket NAH.

Met welke vragen kan men terecht bij Loket NAH?
De juiste vorm van hulp- en dienstverlening wordt afgestemd op de individuele vraag.
Loket NAH kan helpen bij vragen over onder meer:
• Diagnostiek, behandeling en begeleiding
• Onderwijs, arbeid en dagbesteding
• Mantelzorgondersteuning en lotgenotencontact
• Woonvoorzieningen,
• Deskundigheidsbevordering